© 2014 Birgitt. All rights reserved.

Apfelstrudel

 

Ganz Alpenländisch
Ganz Alpenländisch

Liefste Inge,

Je hebt me nooit verteld dat je van de horeca doof wordt, in sneltempo armspieren ontwikkelt en propere nagels krijgt. De vorige dagen heb ik bijzonder veel aan je gedacht. Al die donderdagavonden samen met jou en de andere fijne Syntrastudentjes kwamen als één lange flashback terug. Toegegeven: ik moet er ondertussen toch een beetje om lachen. Want ondanks je vele waarschuwingen en al je sappige verhalen: de horeca is écht een harde stiel. Ik draai al twee weken mee in een lokale koffiezaak/restaurant als afwasster (of afwasster, zo je wil) en keukenhulp. De goesting begon enkele jaren geleden, toen ik besefte dat mijn interesse voor voedsel bovengemiddeld hoog lag en dat ik bovendien graag zelf in de keuken ploeterde. In combinatie met een serieus gat in de vegetarische en duurzame markt en mijn eeuwige zin in een uitdaging zag ik mezelf ooit nog wel een zaakje runnen. Je weet wel: hier en daar een taart bakken, wat soep mixen, een praatje slaan met de trouwe klanten en op warme dagen een kom water voorzien voor de honden op het terras. Zoiets.

Je hebt ons al snel terug met onze voeten op aarde gebracht, hoewel dat in het begin nog niet tot me doordrong. Ik had al een opleiding broodbakken gevolgd, dus helemaal onbekend was een horecaopleiding me niet. Ook de kooklessen samen pasten nog goed in mijn romantisch taartenbeeld. Wat minder idyllisch waren die HACCP-richtlijnen, het personeelsbeheer en de boekhouding. En op een avond zei je:

“Mannekes, ik goan ierlijk zaan: as ik moest kiezen, ik zou er noeit ni mier aan beginnen.”

Slik. Je had ook vanalles meegemaakt, misschien meer dan de gemiddelde restauranthouder, mag ik het zo stellen? Niet dat ik een restaurant openhouden als iets saais beschouw, elke dag is een nieuw avontuur lijkt me zo. In Berlijn is dat niet anders.

Misschien was het dan toch dat eindwerk dat me een sollicitatiegesprek opleverde. Het ontwerp van mijn fictieve zaak stuurde ik maar door naar mijn toekomstige baas, het kon alleen maar helpen. Ik sprong een gat in de lucht toen ik beet had. Want, wees eerlijk: wie zou er mij nu aannemen, een toeriste die maar tot eind september beschikbaar was, geen vlekkeloos Duits sprak en niet de nodige horecaervaring kon aantonen? Wel viel het me op dat ze in de zoekertjes altijd vroegen naar een ‘mitarbeiterin zwischen 20-35J’. Zucht, hoe cliché. Maar niet bij deze zaak. Mijn baas, Hubert, had dit soort details gelukkig weggelaten. Wel gebiedt de eerlijkheid mij natuurlijk te vermelden dat ik hieraan beantwoord. Ik troost me met de gedacht dat je, om de afwas te doen en quiche te maken, er niet goed hoeft uit te zien. Hubert besloot me maar een kans te geven want, zoals hij zei: sommigen hebben er aanleg voor, anderen vallen meteen door de mand. Blij dat ik nog steeds restaurantje mag spelen, zo’n 3 à 4 keer per week en op nog geen vijf minuten van thuis bovendien.

Lova, mijn Zweedse evenknie, leidde me twee uur op en vertrok dan. Toen moest ik het alleen zien te redden. Birgiiiiitt! Tafels afruimen! Flessen aanvullen! Dringend bestek! Leeggoed! Latteglazen! Gelukkig is stress me eerder vreemd. Leren relativeren, diep inademen en verder gaan is ook voor vertalers meer dan eens nuttig. Ook heb ik ondertussen geleerd niet alles persoonlijk op te nemen: dat het druk is en dat iedereen op hetzelfde moment een cappuccino wil en er bijgevolg geen tassen meer zijn ligt niet aan mij, hoe hard ik ook blijf afwassen en afruimen. De collega’s zijn de vriendelijkheid zelve en weten dat ook. Dat mijn naam op drukke dagen vaak door de keuken weergalmt hoort er gewoon bij. Wel is het mijn kleine persoonlijke dagelijkse uitdaging geworden om ervoor te zorgen dat hij minder vaak te horen is. Ik begin het ritme goed door te hebben, weet wanneer het tijd is om een bestekwas te doen, de glazen aan te vullen, de tafels af te ruimen, bestek te rollen en zelfs een koffie te gaan drinken. Want ja, er zijn ook voordelen aan de job: eten en drinken wordt voorzien. Vandaag stond er een portie gierstmuesli met frambozen op het menu (foute bestelling van een nieuwe collega, dat mogen er voor mijn part meer zijn), geweldig lekker.

Wat er zo op de kaart staat hoor ik je al denken? Wel, de zaak serveert “Alpenländische Spezialitäten”. Leberkäs, Spätzle, Kaspressknödel, Weißwurst, Chabeso… en ook Apfelstrudel. Ja, het was voor mij ook even aanpassen en opzoeken hoor. Wel leer ik ongelooflijk veel bij, zowel over de Beierse en Oostenrijkse gastronomie, de werking van een keuken, de praktische organisatie van een zaak. En niet te vergeten: ik kan er met de lieve collega’s op los praten in het Duits. Elke dag krijg ik wel een vriendelijke aai:

“Alles gut mit dir?”

“Birgitt, mach’ jetzt doch endlich ne Pause!”

Ik heb nogal de neiging door te werken. Of het nu vertalen is of afwassen: als ik ergens mee bezig ben hoor je mij urenlang niet, ik ga door tot wanneer ik klaar ben. Het probleem met pauzeren is dat hoe langer je stilzit, hoe moeilijker het wordt om weer op gang te geraken. Dat was de eerste dagen even aanpassen: uren rechtstaan, eindeloos heen en weer van het ene deel van de keuken naar het andere. Ik heb het fysiek wat onderschat. Het ergste tot nu toe was, behalve de lievelingsplaat van de chef (een of ander reggaewonder), de kaas raspen: het zweet droop van me af. Zware plateaus dragen en bakken de lucht in hijsen gaat steeds vlotter, de fitness is er niets naast. Je zal nooit raden wat ik het minst graag doe? Het vuile water, de vieze pannen, de restjes in het bord, het kleverige leeggoed.. allemaal geen probleem. Maar de sla kuisen! Ik kan geen krop sla meer zien. Plaats dat dat vergt, eindeloos veel water, altijd blijft er wel die ene verdwaalde korrel zand steken en hoe hard ik ook zwier, droog krijg ik die elendige bladen niet. Weg ermee. Meedraaien in een zaak helpt je ook beslissen wat je als baas wel of niet zou doen. Daar is het mij uiteindelijk allemaal om te doen: de ervaring. Géén sla, dat staat al vast, daar komt alleen miserie van. En iedereen eet zijn bord leeg of betaalt extra. Want mijn hart breekt wanneer ik zie wat de klanten allemaal laten liggen, of wat de zaak op het einde van de dag moet weggooien. Daar moet ik nog iets op vinden, want het knaagt.

Mocht je dus voor begin oktober nog in Berlijn passeren: kom langs. Ik trakteer je op wat je op de kaart maar kan bekoren. Dat heb ik je beloofd. Goed, het is niet mijn eigen zaak in de strikte zin van het woord (Hubert zou eens goed lachen), maar het is een levensles in nederigheid en realiteitszin die ik aan jou te danken heb. Steeds welkom.

Veel groetjes aan mijn favoriete Antwerpse,

Birgitt

The report suggests that particular model will keep the 1gb out of the tracker on phone for parents box.

Leave a Reply

Your email address will not be published.
Required fields are marked:*

*